Archief Joan Fresco (1886-1964) naar Nederlands Muziek Instituut
Op 18 oktober jl. vond ten huize van een van zijn kleindochters te Baarn de overdracht plaats van het oeuvre van de Joodse violist/componist Joan Fresco (1886-1964) aan het Haags Gemeentearchief, de collectie Nederlands Muziek Instituut (NMI) te Den Haag.
Aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde Fresco piano, viool en compositie. Hij behaalde zijn eindexamen met onderscheiding voor virtuositeit en werd door zijn leraar bij het Residentieorkest binnengeloodst als tweede concertmeester. Intussen ontving Fresco voor zijn vierdelige Minnesold-suite voor orkest “wegens originaliteit, inventiviteit en briljante orkestratie” de door koningin Wilhelmina ingestelde Nicolai-prijs, die hem in staat stelde zijn compositiestudie aan de Hochschule für Musik in Berlijn te vervolgen. Na opnieuw een korte tijd in Den Haag zette hij in 1908 een stap die zijn leven een beslissende wending zou geven. Hij verliet het orkest en wilde proberen hogerop te komen in het lichtere muziekgenre. Met enkele studiegenoten richtte hij het ‘Holländisches Solisten Quartett’ op met als doel op te treden in de Duitse kuuroorden waar aan dergelijke ensembles grote behoefte was. Hij slaagde er al snel in langdurige contracten binnen te halen in Baden-Baden, Karlsruhe, Freiburg, Eberfeld, Saarbrücken, enz., waar het gecultiveerde publiek het hoge niveau waarop gemusiceerd werd naar waarde wist te schatten. Na enkele jaren in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland gewerkt te hebben kreeg Fresco een aanbieding om in het gerenommeerde Hotel Kaiserhof te Berlijn te musiceren, dat de keizerlijke familie tot hun regelmatige bezoekers mocht rekenen. Hij had er ruim drie jaar als Stehgeiger de leiding over ensembles die wisselend van samenstelling waren. Voor al deze ensembles schreef hij grote hoeveelheden makkelijk aansprekende muziek.
De verloren Eerste Wereldoorlog had onder meer tot gevolg dat in het verarmde Duitsland voor Joan Fresco, die als neutrale Nederlander weinig te vrezen had gehad, na 1918 weinig emplooi meer was. In de herfst van dat jaar ging hij terug naar Nederland waar hij enkele langdurige contracten had. In 1921 besloot hij echter zijn geluk in Amerika te beproeven en trok naar New York. Hij speelde er in een orkest bij stomme films, had met een eigen orkest een lucratief contract bij een bekend hotel, en trad op in Canada. Toch bracht deze tijd hem niet wat hij ervan verwacht had.
Hij keerde naar Berlijn terug en verbond zich naast zijn optredens aan diverse muziekuitgeverijen. In 1930 werd hij artistiek directeur bij een van de grootste muziekuitgeverijen in Duitsland: Anton J. Benjamin met filialen in verschillende landen hetgeen voor de verspreiding van zijn werk van groot belang was.
Toen in 1933 Hitler in Duitsland aan de macht kwam, mochten joden niet meer optreden. Fresco keerde terug naar Nederland waar hij een nieuw orkest formeerde. Maar de inval van de Duitse troepen in Nederland op 10 mei 1940 betekende het einde van Fresco’s artiestenbestaan en van het vrije optreden in het openbaar. Dat hij de oorlog heeft kunnen overleven dankte hij deels aan het feit dat hij gemengd gehuwd was. Hij werd daardoor niet meteen gedeporteerd, wel moest hij gedwongen arbeid verrichten aan het Bosplan, de aanleg van het Amsterdamse Bos. In zijn huis had hij een aantal
schuilplekken laten maken, waar hij zich kon verstoppen als er razzia’s waren. Na de oorlog heeft hij als 60-jarige nauwelijks meer een carrière kunnen opbouwen.
![]()
Het makkelijk aansprekende oeuvre van Joan Fresco omvat concertmuziek (dansen, marsen, walsen, tango’s, foxtrots, enz.) en vocale dansmuziek (talloze lichte liederen, oorspronkelijk met pianobegeleiding maar ook in allerlei orkestraties). De voortdurende vraag naar deze werken, die vaak onder verschillende pseudoniemen in het buitenland werden uitgegeven, bevestigen Fresco’s grote populariteit buiten Nederland.
In 1951 ontving hij voor een van zijn liederen de eerste prijs van de stichting ‘Onze Lichte Muziek’. Naar aanleiding daarvan schreef Lex van Delden in het Parool: “Dat deze prijs, die beoogt het peil van het Nederlandse populaire lied op te voeren, aan Joan Fresco is uitgereikt, zal ieder verheugen die het werk van deze componist kent. Want juist Fresco is een van de weinigen, die een uitnemende technische beheersing paart aan werkelijke compositorische inventie.”
Kleindochters Laura en Doriet Fresco maakten Lourens Stuifbergen vorig jaar attent op de muziek van hun grootvader. Stapels handschriften en muziekuitgaven van een uitstekende kwaliteit kwamen tevoorschijn. In december 2022 zijn de dozen tijdelijk gestationeerd in de bibliotheek van het MCO in Hilversum. Aldaar hebben Carine Alders, die werkt aan een onderzoek naar netwerken van vervolgde componisten in Nederland, en namens de Leo Smit Stichting en het Nederlands Muziek Instituut Eleonore Pameijer, Philomeen Lelieveldt en Lourens Stuifbergen het materiaal aan een eerste onderzoek onderworpen. Het NMI beheert al vele collecties van vervolgde componisten, en zal het oeuvre van Joan Fresco zou gauw mogelijk toegankelijk maken voor onderzoek.
Lees hier de korte biografie (met werkenlijst) van Joan Fresco door Lourens Stuifbergen.